De langzaam maar zeker in aantocht zijnde Pensioenwet vervangt de Pensioen- en
spaarfondsenwet. Deze was na ruim 50 jaar en na vele wijzigingen die de
overzichtelijkheid niet ten goede zijn gekomen, dringend aan modernisering toe.
Éen van de onderwerpen die in de nieuwe Pensioenwet drastisch wordt herzien,
betreft de medezeggenschap binnen het pensioenfonds.
Medezeggenschap
Ontslagbescherming
De werknemersleden in het bestuur en in de deelnemersraad gaan
ontslagbescherming genieten. Dit geldt ook voor een eventuele secretaris van de
deelnemersraad en voor degene die het initiatief neemt of heeft genomen tot het
instellen daarvan.
Benoeming werknemersbestuursleden
Het bestuur van een ondernemingspensioenfonds bestaat uit vertegenwoordigers
van de werkgever en vertegenwoordigers van de werknemers die deelnemen in het
fonds. Beide groepen moeten ten minste evenveel zetels in het bestuur bezetten.
De werknemersvertegenwoordiging mag dus groter zijn dan die van de werkgever.
In de Pensioen- en spaarfondsenwet is niets geregeld over de benoeming van
werknemersbestuursleden van ondernemingspensioenfondsen. De Pensioenwet brengt
daar verandering in. In deze wet zal worden bepaald hoe de benoeming van
werknemersbestuursleden moet gebeuren. Nu komt het in de praktijk nog voor dat
de werkgever werknemersbestuursleden benoemt zonder de ondernemingsraad of de
werknemers daarbij te betrekken. Met de nieuwe bepaling in de Pensioenwet wordt
gewaarborgd dat de werknemersvertegenwoordiging in het bestuur daadwerkelijk
haar achterban vertegenwoordigt.
Werknemersvertegenwoordigers kunnen op 4 manieren worden benoemd:
-
Na verkiezingen door en uit de deelnemers; of
-
Op voordracht van de vertegenwoordigers van de werknemersgeleding van de
deelnemersraad van het pensioenfonds; of
-
Op voordracht van de ondernemingsraad; of
-
Op een andere wijze, onder voorwaarde dat de ondernemingsraad daarmee instemt.
De vierde wijze – met een beslissende rol voor de ondernemingsraad – biedt
mogelijkheden om een benoemingsprocedure te kiezen die het beste past bij de
desbetreffende onderneming en het daaraan verbonden ondernemingspensioenfonds.
Zo kunnen bijvoorbeeld vertegenwoordigers van werknemersorganisaties met
instemming van de ondernemingsraad één of meer zetels van de
werknemersvertegenwoordiging in het bestuur bezetten. Een andere mogelijkheid
is om alle leden van de deelnemersraad (actieve deelnemers én
pensioengerechtigden) hun stem te laten uitbrengen op werknemersbestuursleden.
Hiervoor kan worden gekozen als een ondernemingspensioenfonds, of de partijen
betrokken bij de totstandkoming van de pensioenregeling, vinden dat aanwijzing
door alleen de werknemersleden van de deelnemersraad onvoldoende recht doet aan
de belangen van de in de deelnemersraad vertegenwoordigde pensioengerechtigden.
Een eenmaal gekozen benoemingsprocedure kan later worden gewijzigd.
Het initiatief om een keuze te maken voor één van de vier
benoemingsmogelijkheden ligt ingeval van een nieuw op te richten
ondernemingspensioenfonds bij de partijen die betrokken zijn bij de
totstandkoming van de pensioenregeling: de werkgever, ondernemingsraad of de
betrokken vakbonden.
Rechtstreeks verzekerde regelingen
De huidige Pensioen- en spaarfondsenwet voorziet niet in medezeggenschap van
gepensioneerden ten aanzien van pensioenregelingen die zonder tussenkomst van
een pensioenfonds bij een verzekeraar zijn ondergebracht (direct verzekerde
regelingen). In de nieuwe Pensioenwet is dit wel geregeld. Als de werkgever
overweegt een besluit te nemen dat gevolgen heeft voor de gepensioneerden, en
de regeling kent minimaal 250 werknemers en gepensioneerden, is hij gehouden de
gepensioneerden – via een vereniging van gepensioneerden – een hoorrecht te
geven. Die vereniging moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
-
volledig rechtsbevoegd zijn;
-
et statutaire doel van die vereniging omvat in elk geval de behartiging van de
belangen van de gepensioneerden die in dienst zijn geweest bij de werkgever;
-
ten minste 10% van het aantal gepensioneerden is lid van de vereniging;
-
de vereniging moet haar bestaan bij de werkgever melden.
Verbod vetorechten
Het komt voor dat statuten of reglementen van een pensioenfonds niet gewijzigd
kunnen worden zonder instemming van de werkgever. Deze niet aan het
bestuurslidmaatschap gekoppelde doorslaggevende bevoegdheid ten aanzien van
beslissingen van het pensioenfondsbestuur wordt een vetorecht genoemd. Op grond
van de Pensioenwet zijn vetorechten niet meer toegestaan. Vetorechten verhouden
zich niet met de eigen verantwoordelijkheid van het bestuur.
Iedere bepaling die een instemmingsrecht inhoudt inzake een besluit van een
pensioenfonds is nietig. Instemmingsrecht van de werkgever bij wijzigingen van
statuten en reglementen, of van de deelnemers- of ondernemingsraad is dan ook
niet meer mogelijk.
Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Nicolette Hanssen, via
e-mail or
telefoon 020 660 94 58.