Making the World a Better Place to Work

CONTACT US

Hewitt Associates
Haarlerbergpark
Haarlerbergweg 21-23g
Amsterdam 1101 CH
Netherlands
e:hewittnl@hewitt.com
t:+31 (0) 88 100 6000
f:+31 (0) 88 100 6002

Hewitt Associates
Weenahuis
Weena 149
Rotterdam 3013 CK
Netherlands
e:hewittnl@hewitt.com
t:+31 (0) 88 100 6000
f:+31 (0) 88 100 6001

Hewitt Associates
Beukenlaan 143a
Eindhoven 5616 VD
Netherlands
e:hewittnl@hewitt.com
t:+31 (0) 88 100 6000
f:+31 (0) 88 100 6004

Hewitt Associates
Noordelijk Trade Center
Leonard Springerlaan 9
Groningen 9727 KB
Netherlands
e:hewittnl@hewitt.com
t:+31 (0) 88 100 6000
f:+31 (0) 88 100 6005
 
Pensioendekking zwaar onderuit door effecten kredietcrisis

Arnold Jager — Actuaris bij Hewitt Associates

Geldgebrek dwingt tot herijking pensioenstelsel

De dekkingsgraad van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds is op de ‘pensioenthermometer’ fors gedaald van circa 144% begin 2008 naar rond de 90% in de eerste week van december 2008. Vijf van de tien grootste fondsen zijn zelfs gezakt tot rond de 85% van hun verplichtingen. Deze omvang van financiële malaise is nog niet eerder vertoond in de Nederlandse pensioenhistorie. Reden voor paniek? Nee, niet direct, want de statistieken wijzen uit dat er op een crisis altijd een zekere mate van herstel volgt. Anders gezegd: de onvoorspelbaarheid van de financiële markten kan ook zomaar weer ten gunste keren. In de wetenschap dat pensioen een lange termijnverplichting is, is de druk op herstel minder acuut dan voor bijvoorbeeld de banksector of de gemiddelde ondernemingsbalans. Maar redenen voor een herijking van de uitgangspunten van ons pensioenstelsel, zijn er nu meer dan ooit.

De belangrijkste oorzaak van de onderdekking van het gemiddelde pensioenfonds is een beursdaling van de zakelijke waarden van ca 40% en een forse rentedaling. Per saldo is er ruim 100 miljard euro aan beleggingen verdampt. De daling is dermate fors dat De Nederlandsche Bank de pensioenfondsen uitstel heeft verleend van het indienen van herstelplannen tot april 2009. Kan ons pensioenstelsel dit opvangen? Jawel, want het de vraag of er sprake is van rationele prijsvorming op de financiële markten. Tegelijkertijd is het belangrijk om dit uitstel te benutten om na te denken hoe we de regels voor de toekomst willen aanpassen. Want dat die aanpassing nodig is, zullen weinigen betwisten.

Zoals sinds het begin van de kredietcrisis duidelijk is, wordt het schommelen van de financiële markten in extreme mate beïnvloed door emoties en vertrouwen. Een duidelijk voorbeeld van prijsvorming die bepaald wordt door emotie in plaats van rationele afwegingen is de rente waarmee pensioenfondsen de verplichtingen contant maken. De rente op het lange stuk (30 jaar) is begin december zelfs 0,3% lager dan de rente op staatsobligaties! Dit wordt veroorzaakt door de combinatie van veel vraag naar swaps/renteafdekking door pensioenfondsen en relatief minder aanbod. Verstandiger zou zijn om nu uit te gaan van de hogere rente op de staatsobligaties. Dat scheelde op 3 december jl. zelfs 9%-punt aan dekkingsgraad en op 31 december 2008 circa 2%-punt dekkingsgraad. Dat komt macro-economisch neer op circa 10 tot 50 miljard euro. Zowaar geen klein bedrag, en wel een technische discussie waard. Tegelijk toont het aan dat de hoogte van de dekkingsgraad van pensioenfondsen afhankelijk is van de waan van de dag.

DNB heeft terecht uitstel gegeven van het indienen van de herstelplannen. Bij de huidige marktontwikkelingen kunnen pensioenfondsen geen lange termijn maken. Overhaaste — en daardoor verkeerde — besluiten liggen op de loer. Toch kunnen pensioenfondsen wel iets doen. Een korting van de indexatie per 1 januari 2009 is onvermijdelijk, en door veel fondsen al aangekondigd. Niet onlogisch, want als de indexatie nu niet beperkt wordt, kan men zich afvragen wanneer er dan wel voldoende aanleiding voor is.

Een bijkomend voordeel is dat de inflatieverwachting scherp gedaald is. De daling van de koopkracht van de pensioengerechtigden kan derhalve meevallen. Dat de premie stijgt, lijkt ook voorspelbaar. Toch moet de sector voorzichtig zijn met al te grote premieaanpassingen. Op een salarissom van circa 200 miljard euro valt de ruim 100 miljard euro waardedaling niet eenvoudig op te vangen. Sterker nog, de jaarlijkse premie voor nieuwe pensioenopbouw is slechts 25 miljard euro. Bij de huidige economische vooruitzichten is een forse premiestijging daarom niet op zijn plaats. De benodigde premiestijging bedraagt toch wel 25% ofwel ruim 5 miljard euro op jaarbasis. Dit zal een negatieve uitwerking hebben op de winsten van ondernemingen en de koopkracht van de werknemers en daarmee op de Nederlandse economie in totaliteit.

Marktwaarde waardering is onvermijdelijk in de huidige economie. Terug naar een stelsel van vaste rekenrente en het aanhouden van obligaties op aankoopwaarde geeft geen reëel beeld van de stand van zaken. Dat is feitelijk ook niet meer mogelijk. Maar de huidige regels zijn niet geschreven voor deze omstandigheden. Het verdient aanbeveling om daar eens rustig naar te kijken. Een van de eerste aanpassingen zou kunnen zijn om in de toekomst uit te gaan van meebewegende buffers. Dat betekent dat er niet te allen tijde dezelfde buffer aangehouden hoeft te worden, ongeacht de economische stand van zaken. Het na een waardedaling van 40% nog steeds moeten opvangen van weer een nieuwe waardedaling van 30% van de aandelen, is simpelweg niet meer vol te houden.

Verder zou het goed zijn als buffers in goede tijden opgebouwd worden. In slechte tijden is het moeilijk extra middelen te vragen aan werkgevers en werknemers. Tot 2002 kenden wij in Nederland het zogenoemde 65-x systeem. Dit systeem zorgde ervoor dat ondernemingen pensioenstijgingen ten gevolge van salarisstijgingen konden spreiden over de jaren tot aan de 65-jarige leeftijd van betrokkene. Een dergelijk systeem zorgt voor een stabielere premie voor zowel onderneming als werknemers. Een dergelijk anticyclisch premiesysteem past ook bij de opbouw van pensioenbuffers, en voorkomt paniekbeslissingen in economisch zwaar weer zoals we op het moment doormaken.

Er is ook plaats voor een betere benutting van de instrumenten voor risico-management. Er is de laatste jaren al veel gedaan aan risico-inperking. Denk bijvoorbeeld aan de afdekking van het renterisico of het niet meer bijkopen van zakelijke waarden op dit moment Toch wordt in een aantal gevallen nog te veel uitgegaan van maximale rendementen in plaats van maximale risico’s. Het risicobeleid kan meer afgestemd worden op de eigen financiële positie van het pensioenfonds. In een aantal gevallen is er nog te veel sprake is van rendement-denken in plaats van risico-denken. Pensioenfondsen met bijvoorbeeld een minder sterke sponsor doen er goed aan meer instrumenten in te zetten voor het stabiliseren van de financiële positie. Dat dit leidt tot lagere verwachte rendementen is iets wat zowel pensioenfonds als onderneming op de koop toe moeten nemen. Een ‘free lunch’ bestaat niet. Bij de huidige lage dekkingsgraad van veel fondsen is dit niet het juiste moment om hiertoe over te gaan, toch kan het denken hierover al wel plaatsvinden. De strategische besluitvorming hoeft een timing niet in de weg te staan.

Er zijn dit jaar verschillende oproepen gedaan om verder aan de Nederlandse pensioenregeling te schaven. Dat zou kunnen in de vorm van de beperking van de opbouw van pensioen, uitstel van de pensioenleeftijd, etc. Ook nu zullen dergelijke geluiden weer komen. Immers, stel de pensioendatum met drie jaar uit naar 68 jaar en alle fondsen zitten acuut weer op de benodigde dekkingsgraad. De toekomstige pensioenopbouw verlagen bij gelijkblijvende premie zou ook helpen. Toch zijn dit geen goede voorstellen vanwege de aantastende werking op de door ons allen zo gewaardeerde solidariteit. Aanpassing van pensioenleeftijd en verlagen van aanspraken bij gelijkblijvende premies, leggen de lasten te eenzijdig bij de werknemers van nu.

Het is tijd voor een meer principiële discussie over de oudedagsvoorziening. Ook aanpassingen aan de uitgangspunten van ons pensioenstelsel, zouden daar in principe niet in moeten worden geschuwd. Kostenbesparende maatregelen, denk bijvoorbeeld aan het verplichte kostbare systeem van waardeoverdrachten, zijn daarbij van belang, maar er is alle aanleiding om weer eens opnieuw na te denken en te herijken als het gaat om het oospronkelijke doel van de pensioenvoorziening: het zorgdragen van een onbezorgde oude dag en financieel verantwoorde nabestaandenvoorziening.

Het credo van dit moment is het voorkomen dat er paniekbeslissingen worden genomen, die bijvoorbeeld tot meer individualisering binnen het pensioenstelsel zouden leiden. Dat is ook niet nodig. Van een overgang van het huidige aansprakensysteem naar een beschikbare premieregeling worden we niet beter. Uit diverse onderzoeken blijkt keer op keer dat je met je pensioen beter uit bent in een collectief. Laten we dit collectieve stelsel in ere houden, juist in deze tijden.

 

laatst bekeken

Konsulting HR Effectiveness Gestion intégrée des talents Life at Hewitt Global Health Management