Arnold Jager — Actuaris bij Hewitt Associates
Geldgebrek dwingt tot herijking pensioenstelsel
De dekkingsgraad van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds is op de
‘pensioenthermometer’ fors gedaald van circa 144% begin 2008 naar rond de 90%
in de eerste week van december 2008. Vijf van de tien grootste fondsen zijn
zelfs gezakt tot rond de 85% van hun verplichtingen. Deze omvang van financiële
malaise is nog niet eerder vertoond in de Nederlandse pensioenhistorie. Reden
voor paniek? Nee, niet direct, want de statistieken wijzen uit dat er op een
crisis altijd een zekere mate van herstel volgt. Anders gezegd: de
onvoorspelbaarheid van de financiële markten kan ook zomaar weer ten gunste
keren. In de wetenschap dat pensioen een lange termijnverplichting is, is de
druk op herstel minder acuut dan voor bijvoorbeeld de banksector of de
gemiddelde ondernemingsbalans. Maar redenen voor een herijking van de
uitgangspunten van ons pensioenstelsel, zijn er nu meer dan ooit.
De belangrijkste oorzaak van de onderdekking van het gemiddelde pensioenfonds is
een beursdaling van de zakelijke waarden van ca 40% en een forse rentedaling.
Per saldo is er ruim 100 miljard euro aan beleggingen verdampt. De daling is
dermate fors dat De Nederlandsche Bank de pensioenfondsen uitstel heeft
verleend van het indienen van herstelplannen tot april 2009. Kan ons
pensioenstelsel dit opvangen? Jawel, want het de vraag of er sprake is van
rationele prijsvorming op de financiële markten. Tegelijkertijd is het
belangrijk om dit uitstel te benutten om na te denken hoe we de regels voor de
toekomst willen aanpassen. Want dat die aanpassing nodig is, zullen weinigen
betwisten.
Zoals sinds het begin van de kredietcrisis duidelijk is, wordt het schommelen
van de financiële markten in extreme mate beïnvloed door emoties en vertrouwen.
Een duidelijk voorbeeld van prijsvorming die bepaald wordt door emotie in
plaats van rationele afwegingen is de rente waarmee pensioenfondsen de
verplichtingen contant maken. De rente op het lange stuk (30 jaar) is begin
december zelfs 0,3% lager dan de rente op staatsobligaties! Dit wordt
veroorzaakt door de combinatie van veel vraag naar swaps/renteafdekking door
pensioenfondsen en relatief minder aanbod. Verstandiger zou zijn om nu uit te
gaan van de hogere rente op de staatsobligaties. Dat scheelde op 3 december jl.
zelfs 9%-punt aan dekkingsgraad en op 31 december 2008 circa 2%-punt
dekkingsgraad. Dat komt macro-economisch neer op circa 10 tot 50 miljard euro.
Zowaar geen klein bedrag, en wel een technische discussie waard. Tegelijk toont
het aan dat de hoogte van de dekkingsgraad van pensioenfondsen afhankelijk is
van de waan van de dag.
DNB heeft terecht uitstel gegeven van het indienen van de herstelplannen. Bij de
huidige marktontwikkelingen kunnen pensioenfondsen geen lange termijn maken.
Overhaaste — en daardoor verkeerde — besluiten liggen op de loer. Toch kunnen
pensioenfondsen wel iets doen. Een korting van de indexatie per 1 januari 2009
is onvermijdelijk, en door veel fondsen al aangekondigd. Niet onlogisch, want
als de indexatie nu niet beperkt wordt, kan men zich afvragen wanneer er dan
wel voldoende aanleiding voor is.
Een bijkomend voordeel is dat de inflatieverwachting scherp gedaald is. De
daling van de koopkracht van de pensioengerechtigden kan derhalve meevallen.
Dat de premie stijgt, lijkt ook voorspelbaar. Toch moet de sector voorzichtig
zijn met al te grote premieaanpassingen. Op een salarissom van circa 200
miljard euro valt de ruim 100 miljard euro waardedaling niet eenvoudig op te
vangen. Sterker nog, de jaarlijkse premie voor nieuwe pensioenopbouw is slechts
25 miljard euro. Bij de huidige economische vooruitzichten is een forse
premiestijging daarom niet op zijn plaats. De benodigde premiestijging bedraagt
toch wel 25% ofwel ruim 5 miljard euro op jaarbasis. Dit zal een negatieve
uitwerking hebben op de winsten van ondernemingen en de koopkracht van de
werknemers en daarmee op de Nederlandse economie in totaliteit.
Marktwaarde waardering is onvermijdelijk in de huidige economie. Terug naar een
stelsel van vaste rekenrente en het aanhouden van obligaties op aankoopwaarde
geeft geen reëel beeld van de stand van zaken. Dat is feitelijk ook niet meer
mogelijk. Maar de huidige regels zijn niet geschreven voor deze omstandigheden.
Het verdient aanbeveling om daar eens rustig naar te kijken. Een van de eerste
aanpassingen zou kunnen zijn om in de toekomst uit te gaan van meebewegende
buffers. Dat betekent dat er niet te allen tijde dezelfde buffer aangehouden
hoeft te worden, ongeacht de economische stand van zaken. Het na een
waardedaling van 40% nog steeds moeten opvangen van weer een nieuwe
waardedaling van 30% van de aandelen, is simpelweg niet meer vol te houden.
Verder zou het goed zijn als buffers in goede tijden opgebouwd worden. In
slechte tijden is het moeilijk extra middelen te vragen aan werkgevers en
werknemers. Tot 2002 kenden wij in Nederland het zogenoemde 65-x systeem. Dit
systeem zorgde ervoor dat ondernemingen pensioenstijgingen ten gevolge van
salarisstijgingen konden spreiden over de jaren tot aan de 65-jarige leeftijd
van betrokkene. Een dergelijk systeem zorgt voor een stabielere premie voor
zowel onderneming als werknemers. Een dergelijk anticyclisch premiesysteem past
ook bij de opbouw van pensioenbuffers, en voorkomt paniekbeslissingen in
economisch zwaar weer zoals we op het moment doormaken.
Er is ook plaats voor een betere benutting van de instrumenten voor
risico-management. Er is de laatste jaren al veel gedaan aan risico-inperking.
Denk bijvoorbeeld aan de afdekking van het renterisico of het niet meer
bijkopen van zakelijke waarden op dit moment Toch wordt in een aantal gevallen
nog te veel uitgegaan van maximale rendementen in plaats van maximale risico’s.
Het risicobeleid kan meer afgestemd worden op de eigen financiële positie van
het pensioenfonds. In een aantal gevallen is er nog te veel sprake is van
rendement-denken in plaats van risico-denken. Pensioenfondsen met bijvoorbeeld
een minder sterke sponsor doen er goed aan meer instrumenten in te zetten voor
het stabiliseren van de financiële positie. Dat dit leidt tot lagere verwachte
rendementen is iets wat zowel pensioenfonds als onderneming op de koop toe
moeten nemen. Een ‘free lunch’ bestaat niet. Bij de huidige lage dekkingsgraad
van veel fondsen is dit niet het juiste moment om hiertoe over te gaan, toch
kan het denken hierover al wel plaatsvinden. De strategische besluitvorming
hoeft een timing niet in de weg te staan.
Er zijn dit jaar verschillende oproepen gedaan om verder aan de Nederlandse
pensioenregeling te schaven. Dat zou kunnen in de vorm van de beperking van de
opbouw van pensioen, uitstel van de pensioenleeftijd, etc. Ook nu zullen
dergelijke geluiden weer komen. Immers, stel de pensioendatum met drie jaar uit
naar 68 jaar en alle fondsen zitten acuut weer op de benodigde dekkingsgraad.
De toekomstige pensioenopbouw verlagen bij gelijkblijvende premie zou ook
helpen. Toch zijn dit geen goede voorstellen vanwege de aantastende werking op
de door ons allen zo gewaardeerde solidariteit. Aanpassing van pensioenleeftijd
en verlagen van aanspraken bij gelijkblijvende premies, leggen de lasten te
eenzijdig bij de werknemers van nu.
Het is tijd voor een meer principiële discussie over de oudedagsvoorziening. Ook
aanpassingen aan de uitgangspunten van ons pensioenstelsel, zouden daar in
principe niet in moeten worden geschuwd. Kostenbesparende maatregelen, denk
bijvoorbeeld aan het verplichte kostbare systeem van waardeoverdrachten, zijn
daarbij van belang, maar er is alle aanleiding om weer eens opnieuw na te
denken en te herijken als het gaat om het oospronkelijke doel van de
pensioenvoorziening: het zorgdragen van een onbezorgde oude dag en financieel
verantwoorde nabestaandenvoorziening.
Het credo van dit moment is het voorkomen dat er paniekbeslissingen worden
genomen, die bijvoorbeeld tot meer individualisering binnen het pensioenstelsel
zouden leiden. Dat is ook niet nodig. Van een overgang van het huidige
aansprakensysteem naar een beschikbare premieregeling worden we niet beter. Uit
diverse onderzoeken blijkt keer op keer dat je met je pensioen beter uit bent
in een collectief. Laten we dit collectieve stelsel in ere houden, juist in
deze tijden.