Making the World a Better Place to Work

CONTACT US

Hewitt Associates
Haarlerbergpark
Haarlerbergweg 21-23g
Amsterdam 1101 CH
Netherlands
e:hewittnl@hewitt.com
t:+31 (0) 88 100 6000
f:+31 (0) 88 100 6002

Hewitt Associates
Weenahuis
Weena 149
Rotterdam 3013 CK
Netherlands
e:hewittnl@hewitt.com
t:+31 (0) 88 100 6000
f:+31 (0) 88 100 6001

Hewitt Associates
Beukenlaan 143a
Eindhoven 5616 VD
Netherlands
e:hewittnl@hewitt.com
t:+31 (0) 88 100 6000
f:+31 (0) 88 100 6004

Hewitt Associates
Noordelijk Trade Center
Leonard Springerlaan 9
Groningen 9727 KB
Netherlands
e:hewittnl@hewitt.com
t:+31 (0) 88 100 6000
f:+31 (0) 88 100 6005
 
Pensioenen in zwaar weer

Arnold Jager Dirk Swagerman

Mede door de financiële crisis zijn de pensioenen actueler dan ooit. De dalende rente en nagenoeg gehalveerde aandelenkoersen zorgen voor een daling van de dekkingsgraad van een groot aantal pensioenfondsen. Gelukkig is de inflatie in de afgelopen maanden tegelijk fors gedaald. Zelfs zo sterk dat door enkelen al weer voor deflatie wordt gevreesd.

Door dit alles komt de financiële positie van de pensioenfondsen in een ander daglicht te staan. Niet alleen op de korte termijn als het gaat om dekkingsgraden en indexaties, maar juist de pensioenproblematiek op de lange termijn moet meer aandacht krijgen. Bijvoorbeeld de manier waarop de pensioenverplichtingen van ondernemingen in de jaarrekening van de onderneming worden gewaardeerd.

De complexiteit van deze materie is een reden waarom het pensioen niet de juiste aandacht krijgt, terwijl die eigenlijk wel noodzakelijk is. De nieuwe regels voor goed bestuur bij pensioenfondsen — Pension Fund Governance (PFG) — hebben ervoor gezorgd dat de directe invloed van bedrijven op de pensioenfondsen is afgenomen. En de meer en meer terugtrekkende beweging van ondernemingen zelf in relatie tot hun pensioenverantwoordelijkheid helpt daar ook niet bij.

De bijna dagelijkse berichtgeving over de dekkingsgraden doet vermoeden dat er directe actie is vereist bij de grote en kleine pensioenfondsen. Door het eigenlijk veel grotere probleem van de dalende rente stijgen de pensioenverplichtingen, terwijl anderzijds door de daling van de beurskoersen de bezittingen in waarde zijn verminderd. Waar de gemiddelde dekkingsgraad per jaareinde 2007 nog circa 144% bedroeg, veel pensioenfondsen begin 2008 nog extra indexaties toekenden om het verleden goed te maken en de premies voor 2008 zelfs licht werden verlaagd, is de dekkingsgraad eind november 2008 fors gedaald naar circa 102 %. De meerderheid van de pensioenfondsen zit daarmee op dit moment in onderdekking.

De vraag is of er sprake is van een structurele situatie, dan wel een momentopname. Een adequate monitoring van de dekkingsgraad van het pensioenfonds is uiteraard belangrijk. Toch is er geen reden voor paniek. Ook in 2002 stonden de pensioenfondsen er slecht voor. Toch zijn zij weer teruggekomen op het niveau van begin 2007. Pensioenfondsen met een reservetekort dienen een door de Nederlandsche Bank goed te keuren herstelplan uit te voeren om de dekkingsgraad weer op het vereiste peil te brengen. Voor een gemiddeld pensioenfonds betekent dit een dekkingsgraad van circa 125%.

Geen paniek

De maximale hersteltermijn bedraagt op grond van de Pensioenwet echter niet voor niets 15 jaar. Pensioen heeft immers een lange tijdshorizon. Eerst wordt het pensioen voor een werknemer in 40 jaar opgebouwd, waarna er nog circa 15 jaren resteren waarin de uitkeringen worden gedaan. Wij moeten ons dus ook niet door de waan van de dag laten leiden.

Per saldo is er bij een aantal pensioenfondsen inderdaad actie nodig, maar liggen hier geen grote problemen. Met de nieuwe Pensioenwet en de invoering van het financieel toetsingskader (FTK) is een behoorlijk robuuste financiële opzet gerealiseerd die eventuele klappen in de economie behoorlijk goed kan opvangen zonder dat allerlei ad-hocpaniekmaatregelen noodzakelijk zijn. Van de pensioenfondsbestuurders wordt wel een adequaat risicomanagement gevraagd. Dat vraagt om prudent gedrag. Maar over het algemeen zijn de bestuurders van pensioenfondsen juist meer risicogedreven. Een voorbeeld is de afdekking van het renterisico. Veel bestuurders hebben daar het afgelopen jaar van geprofiteerd. Zij zien hun dekkingsgraad aanmerkelijk minder dalen.

Ook zullen de bestuurders bij een lage dekkingsgraad minder risico nemen dan bij een hoge dekkingsgraad. Gegeven het maximaal te lopen risico zullen zij eventueel de strategische beleggingsmix aanpassen om het risico binnen de perken te houden.

Voor een onderneming liggen de kortetermijneffecten wel anders. Zeker gevoelsmatig. De effecten zoals hiervoor genoemd kunnen de waarde van de onderneming sterk beïnvloeden. Ten gevolge van de internationale richtlijn (IAS 19) voor beursgenoteerde ondernemingen en de Nederlandse richtlijn (RJ 271) voor de niet-beursgenoteerde ondernemingen komen de fluctuaties in de beleggingen en de pensioenverplichtingen in het resultaat van de onderneming dan wel in het eigen vermogen tot uitdrukking. De uitkomsten van die pensioenwaarderingen zeggen immers iets over de toekomstige pensioenlasten van de onderneming. Zolang de uitkomst van dergelijke waarderingen maar geen verrassing vormt, valt er goed mee te leven. De vraag is echter of dat ook in alle gevallen zo is.

Anticiperen

Ondernemingen worden meer dan pensioenfondsen beoordeeld op de kortetermijnprestaties. Nog meer speelt daar het verrassingsaspect in mee. Zelfs positieve verrassingen worden over het algemeen niet gewaardeerd. Juist transparantie in de mee-en tegenvallers wordt gewaardeerd door de stakeholders. Dit betekent dat dus dat effectieve interne risicobeheersings-en controlesystemen bijdragen aan de langetermijnwaardecreatie van een onderneming. Niet voor niets is risicomanagement ook onderdeel van de aanbevelingen van de code-Tabaksblat. Ondernemingen richten zich daarom steeds meer op het bewaken van risico’s. Doorgaans is de realiteit dat de budgettering en het afgeven van verwachtingen voor het komende jaar eerder plaatsvinden dan het opstellen van de jaarrekening. De consequenties van een afwijkende pensioenlast voor het komende jaar komen dan in veel gevallen pas achteraf aan de orde bij het opstellen van de jaarrekening. Dit is pas in de loop van het jaar.

De onderneming wordt dus pas later feitelijk geconfronteerd met de financiële gevolgen van de veranderde economische situatie. Door de sterk opgelopen ‘credit spread’ is de rekenrente voor de IFRS-berekeningen sterk opgelopen waardoor de pensioenlasten in de jaarrekening naar verwachting meevallen. Deze opgelopen credit spread is te wijten aan de extra opslag op de rente die de belegger als vergoeding wil hebben om nog geld uit te lenen. De spread is gekoppeld aan het vertrouwen dat de ondernemingen in elkaar hebben. Aangenomen mag worden dat de spread sneller daalt dan het tempo waarmee de financiële markten zich herstellen. Voor de onderneming komt de tegenvaller van de pensioenlast dus later. Maar hij is wel iets om nu al rekening mee te houden.

Specifieke aandacht voor de aanhoudende monitoring en het in kaart brengen van de blootstelling aan risico’s bij de vermogens van pensioenfondsen is er nog te weinig. Dat is jammer en het vergroot de verrassingen. Slechts enkele, vooral grote beursgenoteerde ondernemingen besteden al expliciet aandacht in de jaarrekening aan het risico dat verbonden is aan de pensioenregeling.

Dit betekent bijvoorbeeld dat richtlijnen worden opgenomen ten aanzien van de beleggingsportefeuille van de pensioenregeling, monitoring van de (beleggings)resultaten en het bijhouden van de ontwikkeling van de positie onder IAS 19. Zeker de controller kan hierbij een belangrijke rol vervullen. Zijn functie is juist de beheersing van de financiële processen binnen de onderneming. In zijn rol kan hij het management ondersteunen in de analyse van de financiële pensioenrisico’s en de consequenties daarvan. Op dit moment is een afnemend verantwoordelijkheidsgevoel waar te nemen bij de ondernemingen voor de pensioenen van hun werknemers. Het is een natuurlijke reactie op de nieuwe regelgeving en ontwikkelingen.

Een nieuwe ontwikkeling is de overgang van een aantal ondernemingen van regeling met Defined Benefit (DB) ofwel de nog steeds gangbare ‘toegezegd pensioen’-regelingen naar regelingen met Defined Contribution (DC). Ook de voorstellen van werkgeversorganisatie VNONCW en de commissie-Bakker over de arbeidsmarkt van begin dit jaar betekenen in feite niets anders dan een verlaging van de pensioenopbouw en verslechtering van de pensioenzekerheid van de werknemers.

IFRS

Zo is momenteel ook een discussie gaande of de IFRS-regelgeving (IAS 19) wel past voor de Nederlandse pensioensituatie. Het pensioenstelsel dat wij kennen zou zich moeilijk laten verenigen met deze regelgeving. Vanuit verschillende groepen wordt erop aangedrongen dat beursgenoteerde bedrijven die bij een bedrijfstakpensioenfonds zijn aangesloten, op basis van IFRS de beleggingsresultaten van het pensioenfonds meenemen in hun eigen cijfers. Ze kunnen het pensioensysteem dan niet langer beschouwen als DC. Nederland dringt aan op een uitzonderingspositie bij de IASB om ons pensioenstelsel te beschermen. Het is de vraag of dat zal worden gehonoreerd.

Toch is daar wel wat voor te zeggen. De VS kennen ook bedrijfstakpensioenfondsen, de multi-employer funds. Deze fondsen mogen daar behandeld worden als een ‘beschikbare premieregeling’, ongeacht of de onderliggende regeling toch een toegezegde pensioenregeling is waar vooraf gedefinieerde pensioenen uit komen. Dit geeft aanmerkelijk stabielere pensioenlasten in de winst-en verliesrekening.

Hebben de Amerikanen dan verkeerde regels? Nee, in de Nederlandse situatie is een bedrijfstakpensioenfonds op grond van de Amerikaanse argumenten zelfs gemakkelijker als een beschikbare premieregeling te zien. Het is dus een simpele handreiking en goede pr als de IASB de BPF-vrijstelling van de Amerikanen overneemt. Ook de recente voorstellen ten aanzien van de mogelijke aanpassing van de IAS 19-regelgeving hebben veel onrust veroorzaakt. De eerste reactie is die van een bedreiging van ons Nederlandse pensioenstelsel. Een van de meest belangrijke voorstellen is die van het afschaffen van de zogenoemde ‘corridormethode’.

Onder het huidige stelsel komen de winsten en verliezen op de beleggingen niet rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening van de onderneming. De onderneming heeft de keuze de fluctuaties in de beleggingen in de toekomst uit te smeren. Slechts wanneer het saldo van de winsten en verliezen boven een bepaalde grens uitkomt, de corridor, wordt een deel van datgene wat boven de grens zit in de winst-en-verliesrekening van de onderneming verwerkt. In feite is het dus een dempingsmechanisme.

Als deze methode wordt afgeschaft dan betekent dat waarschijnlijk dat de winsten en verliezen rechtstreeks de winst-en-verliesrekening van de onderneming in gaan. Bij de huidige ontwikkelingen op de financiële markten wordt het resultaat van de onderneming dan wel erg volatiel. De financiële resultaten van de pensioenregeling kunnen daarmee de resultaten uit de gewone bedrijfsuitoefening gaan overschaduwen. Gevreesd moet worden dat voor veel ondernemingen een extra motivatie is om de pensioenregeling aan te passen. Risico’s in de pensioenregeling zullen meer en meer naar de werknemers en gepensioneerden overgaan. Dit is weliswaar in lijn met de ontwikkelingen maar geeft per saldo wel vaak lagere pensioenuitkomsten voor de werknemers.

Een goed pensioenbeleid is niet alleen een kwestie van boekhouden. In de huidige tijd, waar talent schaars is, dient het pensioenbeleid hoog op de agenda te staan. Gecombineerd met een goed financieel beleid en een degelijk systeem van risicomanagement biedt het meer kansen dan bedreigingen. De winst is een verhoging van het maatschappelijke acceptatievermogen van de toegezegde pensioenregelingen. Op deze wijze ontstaat er een systeem dat kansen genereert voor de ondernemer, zekerheid biedt aan de werknemer en recht doet aan de verslaglegging.

Arnold Jager is actuaris bij Hewitt Associates en Dirk Swagerman is hoogleraar Controlling Rijksuniversiteit Groningen.

Geplaatst in het FD op 6 december 2008

 

laatst bekeken

International RFM / Global Risk Analysis HR Outsourcing Lessons from Home Depot, Devon Canada How do we do a pension plan wind-up? La GPEC (gestion prévisionnelle des emplois & des compétences) Articles & Reports