Dries Nagtegaal en Arnold Jager zijn werkzaam bij Hewitt Associates
Gepubliceerd in het FD op 25 maart 2009
De afgelopen decennia hebben we steeds meer onzekerheid uit willen sluiten. De
introductie van de solvabiliteitscriteria voor pensioenfondsen betekende een
verhoging van de benodigde buffers. Achteraf gezien had op dat moment echter
ook het pensioencontract opnieuw getoetst moeten worden en de
pensioentoezegging aangepast moeten worden aan de middelen en de maximaal te
lopen risico’s. De huidige pensioentoezegging staat op gespannen voet met de
door de wetgever gewenste zekerheid. Naar nu blijkt kunnen we ons die 2,5% kans
dat het fout mocht gaan toch niet veroorloven. Niet voor niets wordt er gedacht
aan een aanpassing van de pensioenleeftijd en mogelijke verlenging van de
herstelperiode. Beiden vormen zijn echter geen echte oplossing. Naar onze
mening dienen sociale partners het pensioencontract opnieuw te evalueren, zowel
inzake de lange termijn kosten, de risico’s en de gewenste mate van zekerheid.
Omgeving
In Nederland is een goede balans gevonden tussen kapitaaldekking (pensioenen) en
het omslagstelsel (AOW). Op de korte termijn voelen wij nu echter de nadelen
van de kapitaaldekking. Als we Nederland op het gebied van pensioen met de rest
van Europa vergelijken, dan hebben wij bovendien veel meer zekerheid ingebouwd
ten aanzien van ons pensioenstelsel. Landen als Frankrijk en Italië, die geen
kapitaaldekking hebben maar alles op omslag financieren, voelen zich nu
gesterkt in hun keuze omdat ze feitelijk gedekt zijn tegen de risico's van
inflatie, rente en beurskoersen. Maar ook in een land als de UK is veel minder
onrust dan hier, terwijl zij nog veel meer getroffen zijn door de gedaalde
beurskoersen. De achtergrond daarvan is dat de UK geen landelijke minimale
dekkingsgraad kent zoals Nederland en bovendien een soort garantiefonds heeft,
mocht de werkgever omvallen. Nadeel hiervan is dat de rekening naar de toekomst
wordt doorgeschoven. Belangrijk nadeel van het Nederlandse systeem is echter
dat dit de economische neergang versterkt. In het huidige systeem wordt nu
juist extra premie gevraagd waar veel ondernemingen dit niet op kunnen brengen.
Buffers zijn er juist om te gebruiken in tijden dat het tegenzit en zouden mee
moeten ademen met de economische situatie.
Aanbeveling
Sociale partners zullen er naar onze mening niet aan ontkomen om gelijktijdig
met het opschuiven van de pensioenleeftijd voor de toekomstige pensioenopbouw
alle aanspraken te korten, zowel van werknemers als gepensioneerden. Dit om de
pijn evenredig te verdelen over de generaties. Solidariteit vormt namelijk de
basis voor en het behoud van het Nederlandse pensioenstelsel. Wij benadrukken
hierbij dat het initiatief hiervoor in eerste instantie ligt bij de sociale
partners en niet bij de bestuurders van de pensioenfondsen. Een verhoging van
de pensioenleeftijd is immers ook niet aan de bestuurders van pensioenfondsen.
Voor een verlaging van de pensioenen moet een breed draagvlak aanwezig zijn.
Veel pensioenfondsbesturen zijn momenteel bezig met de invulling van de
herstelplannen. Zij kunnen niet anders dan instrumenteel te werk gaan en hun
hoop vestigen op toekomstige rendementen. Macro-economisch gezien is het echter
niet verstandig om daar alle hoop op te vestigen. Ook het pensioensysteem zal
tegen het licht gehouden moeten worden. De besturen moeten hierover in overleg
treden met de sociale partners. Ondanks de eigen verantwoordelijkheid die
bestuurders hebben, zullen zij de opdracht ter discussie moeten stellen. De
opdracht die de bestuurders hebben meegekregen past niet meer bij de
financiering. Zij hebben op dit moment te weinig beleidsvrijheid en zijn met de
handen gebonden. Daar zullen zij de sociale partners en politiek op moeten
wijzen. Voor de toekomst moeten de sociale partners het pensioencontract
vervolgens opnieuw formuleren. Hierin zal dan niet alleen meer het
ambitieniveau van de pensioenregeling worden opgenomen maar ook de lange
termijn financiering en de maximaal te lopen risico’s/zekerheid. Dit laatste
hebben we tot op heden veelal nagelaten en zal in essentie een verlaging van de
pensioenambitie betekenen. Tegelijk zal de politiek zich moeten uitspreken of
men de gewenste zekerheid neerwaarts wil aanpassen. Dit vergt een principiële
discussie op korte termijn.