Er is weer het een en ander gewijzigd met betrekking tot de Wet Werk en Inkomen
naar Arbeidsvermogen (WIA). Wij zetten de laatste ontwikkelingen voor u op een
rij.
-
EIGENRISICODRAGEN WGA (WERKHERVATTING GEDEELTELIJK ARBEIDSGESCHIKTEN)
Een werkgever kan zelf kiezen of hij het risico van gedeeltelijke
arbeidsongeschiktheid van zijn werknemers wil verzekeren (ja, nee of
gedeeltelijk) en bij wie (UWV of verzekeringsmaatschappij). Als een werkgever
er niet voor kiest de dekking bij UWV onder te brengen, wordt hij
‘Eigenrisicodrager' (ERD). De werkgever is in dit geval zelf verantwoordelijk
voor de reïntegratie en voor de betaling van de WGA-uitkeringen. Hij kan het
risico ook bij een verzekeringsmaatschappij onderbrengen. Werkgevers die in
2006 of daarna ERD willen worden, moeten zich uiterlijk 13 weken vóór 1 januari
of 1 juli van enig jaar melden bij de belastingdienst.
-
EXCEDENTVOORZIENING
Het Ministerie SZW kondigde op 9 februari 2006 aan de Tweede Kamer aan de WGA
(Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten) voor excedentgevallen aan te
zullen passen. Hoewel de exacte uitwerking nog niet bekend is, komt deze
aanpassing erop neer dat het inkomen niet langer wordt gemaximeerd op het
maximumdagloon voor de vaststelling van de uitkering.
Deze voorgenomen wetsaanpassing heeft geen betrekking op personen die voor een
IVA-uitkering (volledige arbeidsongeschiktheid) in aanmerking komen. Voor deze
groep is het begrip ‘resterende verdiencapaciteit' immers niet van toepassing.
De resterende verdiencapaciteit is het percentage waarvoor een werknemer
arbeidsgeschikt is verklaard, vermenigvuldigd met het salaris dat hij op het
moment verdiende voordat hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt werd. Voor deze
personen kan in de pensioenregeling een excedentvoorziening worden opgenomen
zoals deze voorheen ook voor de WAO van toepassing was.
De wetsaanpassing, die in 2007 van kracht zal worden, heeft wèl betrekking op
gedeeltelijk arbeidsongeschikten die voor een WGA-uitkering in aanmerking
komen, een inkomen genoten boven het maximumdagloon en de resterende
verdiencapaciteit volledig benutten. (Een WGA-uitkering geldt voor personen met
een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 35 en 80).
Als iemand een inkomen genoot van € 90.000,--en voor 50% arbeidsongeschikt
wordt, daarnaast 100% van de resterende verdiencapaciteit benut, zal deze
persoon dit jaar geen WGA-loongerelateerde uitkering ontvangen. De
WGA-loongerelateerde uitkering is namelijk 70% van het verschil tussen het oude
loon (dat echter wordt gemaximeerd op circa € 44.000,--;) en het nieuwe loon
(50% van € 90.000,--). In dit geval is dat verschil nihil. Vanaf 2007 zal de
WGA-loongerelateerde uitkering (naar verwachting) in dit voorbeeld € 31.500,--
bedragen (70% van het verschil tussen het oude en nieuwe loon), omdat bij de
berekening wordt uitgegaan van het oude inkomen van€ 90.000,-- en niet van het
maximumdagloon op jaarbasis.
— Wat betekent het bovenstaande voor u als werkgever of bestuurder van het
pensioenfonds? Het bovenstaande heeft invloed op de hoogte van de eventueel
door u af te sluiten excedentverzekeringen. De aangekondigde wetswijziging is
een verbetering, maar maakt de vormgeving van een excedentverzekering er niet
gemakkelijker op.
Bij Hewitt is informatie beschikbaar over de verschillende dekkingen die
verzekeringsmaatschappijen op dit moment aanbieden, zowel voor
excedentverzekeringen als de verzekeringen voor het WGA-hiaat.
-
WGA-HIAAT
Een apart aandachtspunt bij het afsluiten van WGA-hiaatverzekeringen is de
inloop dan wel de uitloop van WAO-hiaatverzekeringen die t/m 2005 liepen.
Bepalend is de formulering wanneer een recht op een hiaatverzekering
ontstond/zal ontstaan. Is dat op de eerste ziektedag in de zin van het
Burgerlijk Wetboek? O f op de eerste dag dat recht op WGA-uitkering ontstaat?
Of op de dag dat het hiaat zich realiseert? Verzekeraars willen in een
WIA-hiaatverzekering wel een inloopperiode van een half jaar overeenkomen (te
rekenen vanaf de eerste ziektedag), maar dan zijn bijvoorbeeld alle werknemers
die tussen 1 januari 2004 en 1 juli 2005 ziek zijn geworden (en nadien zijn
gebleven uiteraard) van dekking uitgesloten.
-
PREMIEVRIJE VOORTZETTING BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID
Bij arbeidsongeschiktheid blijft in principe (geen wetmatigheid) gedurende de
eerste twee jaar het dienstverband voortduren. Tijdens het tweede jaar is het
inkomen meestal 70% van het oude inkomen (dit is zeker geen wetmatigheid, er
bestaan allerlei variaties). Na veel publieke en politieke discussie is nu
duidelijk dat in het tweede jaar de opbouw van pensioen mag blijven
plaatsvinden op de pensioengrondslag die gold voorafgaand aan de
arbeidsongeschiktheid.
Bij einde dienstverband eindigt ook de deelneming aan de pensioenregeling.
Vrijwillige voortzetting bij voortdurende arbeidsongeschiktheid wordt dan
meestal reglementair gefaciliteerd. De voortzetting, zo is recent duidelijk
geworden, mag dan op basis van de laatstgeldende pensioengrondslag, dus zonder
verlaging naar het nieuwe inkomen. Dit geldt niet alleen voor nieuwe situaties,
maar ook voor de lopende gevallen.
Een laatste discussiepunt betrof de vraag of de pensioenregeling voor personen
waarbij een premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid van toepassing
is, als gevolg van de wetswijziging ‘VPL' ook moet worden gewijzigd. Dat
laatste blijkt niet het geval te zijn. Nota bene: andere vormen van vrijwillige
voortzetting zoals bij werkloosheid, moeten wél aan VPL worden aangepast.
-
ARBEIDSONGESCHIKTHEID MINDER DAN 35%
Situaties van arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% vallen niet onder de
WIA. De bedoeling is dat als deze situatie zich voordoet, de werkgever en
werknemer tot een gezamenlijke oplossing komen. Eventuele inkomensgevolgen zijn
dan ook meer gerelateerd aan werkloosheid dan aan arbeidsongeschiktheid. Een
eventuele wens tot verzekeren kan niet worden ingevuld door een pensioenfonds.
Premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid onder deze omstandigheden is
mogelijk, maar het lijkt verstandig deze in elk geval voor de toekomst uit te
sluiten.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Henri Lepoutre (Pension Legal
Services,
e-mail or
tel. 00 31 (0) 20 660 9592).
|
|